1. DE KRUIER VAN AMSTERDAM.

    THE PORTER OF AMSTERDAM.

  2. Indien men zich buiten 's lands het type van den echten Hollander voor den geest wilde brengen, dan stelde men zich de beeltenis voor van een wel doorvoeden burgerman, met een onbewegelijke tronie, driedubbele kin en vooruitpuilenden buik, het dikke hoofd met een pruik en punthoed bedekt, een korten broek, kuit- en schoengespen, en de onmisbare lange pijp in den mond, zittende aan een tafeltje, waarop een kwispeldoor, een glas jenever, een koopmansjournaal en eenige geldzakken, als passende zinnebeelden paradeeren.

    If abroad people wished to conjure up the image of the true Dutchman, they imagined the likeness of a well-nourished citizen, with an immovable mug, a triple chin, and a bulging belly, his thick head covered by a wig and a pointed hat, wearing knee breeches, calf and shoe buckles, and the indispensable long pipe in his mouth, seated at a small table upon which a spittoon, a glass of gin, a merchant's journal, and several money bags parade as fitting emblems.

  3. Wat mij betreft, ik wil tot type onzer natie een ander voorwerp kiezen, en haar voorstellen onder de gedaante van den eenigen man, die in onze verbasterde eeuw nog de hoedanigheden vereenigt en bewaart, welke aan onze voorouders eer, achting en rijkdommen hebben doen verwerven: in den Kruier van Amsterdam.

    As for me, I wish to choose another object as the archetype of our nation, and represent it in the form of the only man who, in our debased century, still unites and preserves the qualities that earned our ancestors honor, respect, and riches: the Porter of Amsterdam.

  4. Vlijt, bedaardheid, nauwkeurigheid, spaarzaamheid, zindelijkheid, matigheid, eerlijkheid vooral, ziedaar de deugden, welke onze natie van ouds gekenmerkt hebben: ziedaar de deugden, welke wij terugvinden in den man, wiens beschrijving wij ons hebben voorgesteld: de hoofdtrekken van zijn karakter, de voorwaarden van zijn bestaan.

    Diligence, composure, accuracy, thrift, cleanliness, temperance, and above all honesty—behold the virtues that have characterized our nation of old: behold the virtues that we find in the man whose description we have undertaken: the main traits of his character, the conditions of his existence.

  5. Men oordeele:

    Judge for yourself:

  6. De Kruier is vlijtig:--Men versta mij echter wel: hij loopt het werk niet na, noch dringt zijne diensten met onbescheidenheid op.--Neen!

    The Porter is diligent:—Understand me well, however: he does not chase after work, nor does he push his services with indiscretion.—No!

  7. Ook hierin verloochent hij zijn landaard niet: men wachte zich ook, hem met den sjouwerman te verwarren; de man, dien wij bedoelen, is, in zijn stand, een deftig burger, die zijn fatsoen weet te bewaren: in zijn pothuis gezeten, wacht hij af, welke boodschappen zijne kalanten verkiezen hem op te dragen; maar ontvangt hij die, dan zijn zij ook dadelijk volbracht.

    In this too he does not deny his national character: one should also beware of confusing him with the casual laborer; the man we mean is, in his station, a respectable citizen who knows how to maintain his dignity: seated in his basement shop, he waits to see what errands his customers choose to entrust to him; but once he receives them, they are promptly carried out.

  8. De Kruier is bedaard: hij loopt, maar draaft niet; want hij weet, dat hij, na de boodschap, welke hij verricht, er nog vele andere zal te verrichten hebben: en hij wil zich niet buiten adem brengen of noodeloos vermoeien: is hij aan den mangel, aan de wasch, aan een verhuisboel werkzaam, hij volbrengt zijn plicht in stilte, en zonder noodelooze opschudding of beweging; hij stoeit en dartelt niet met de dienstmeisjes, waarmede zijn beroep hem in gedurige betrekking brengt, noch geeft aan de eene de voorkeur boven de andere; want hij weet, dat dit een bron is van nijd en van krakeel: en hij moet meesters en dienstboden beiden te vriend houden.

    The Porter is calm: he walks, but does not trot; for he knows that after the errand he performs, he will still have many others to perform: and he does not want to get out of breath or tire himself needlessly: whether he is working at the mangle, at the wash, or with household moving, he fulfills his duty in silence, and without unnecessary fuss or commotion; he does not romp or dally with the servant girls, with whom his profession brings him into constant contact, nor does he prefer one over the other; for he knows that this is a source of envy and squabbling: and he must keep both masters and servants as friends.

  9. Daarom behandelt hij de eersten met bescheiden eerbied, de laatsten met terughoudende minzaamheid, en het is veel, indien hij in het koffij- of etensuurtje zich een onschuldige boerterij veroorlooft.

    Therefore he treats the former with modest respect, the latter with reserved affability, and it is a lot if he allows himself an innocent joke during his coffee or meal break.

  10. De Kruier is nauwkeurig: hij is een man van de klok, en op het bepaalde uur aanwezig, geen minuut vroeger of later.

    The Porter is punctual: he is a man of the clock, present at the appointed hour, not a minute earlier or later.

  11. Geeft men hem een mondelinge boodschap, hij luistert met aandacht, en geen letter zal, bij het overbrengen, ontbreken.

    If one gives him a verbal message, he listens attentively, and not a single letter will be missing in its delivery.

  12. Heeft hij goederen te bezorgen, geen pakje, geen mandje, hoe klein ook, dat onder zijn waakzaam oog verloren gaat.

    If he has goods to deliver, no package, no basket, however small, is lost under his watchful eye.

  13. Heeft hij zijn arbeid te verrichten in eene, te voren hem onbekende, woning, hij let op alles, slaat elke inrichting, elke gelegenheid gade, en kent, bij het uitgaan, het huis, de verdeeling der kamers, de plaats van elk meubelstuk zoo goed, als ware het zijn eigendom; want hij weet, dat hij er weer zal worden geroepen, en gebeurt dit, dan zal hij er thuis zijn, en zijn handen zullen niet verkeerd staan.

    If he has to carry out his work in a house previously unknown to him, he pays attention to everything, observes every arrangement, every detail, and, upon leaving, knows the house, the layout of the rooms, and the place of every piece of furniture as well as if it were his own property; for he knows that he will be called there again, and if that happens, he will be at home there, and his hands will not be clumsy.

  14. De Kruier is spaarzaam: hij is het op zijn tijd; want ook hij weet, hoe kostbaar die is, en hoezeer het er op aankomt, daarmede te woekeren.

    The Porter is thrifty: he is economical with his time; for he too knows how precious it is, and how important it is to make the most of it.

  15. Zijn hem vele, uiteenloopende boodschappen opgedragen, zijn geest heeft de woonplaatsen, de afstanden, dadelijk berekend: en alles wordt volbracht, zonder dat hij met terugloopen of heen en weer gaan een oogenblik verliest.

    If he is assigned many diverse errands, his mind has instantly calculated the residences and distances: and everything is accomplished without losing a moment by doubling back or walking back and forth.

  16. Hij is spaarzaam op zijn woorden; want hij weet met Salomo, dat in de veelheid daarvan de overtreding niet ontbreekt.

    He is thrifty with his words; for he knows with Solomon that in the multitude of words transgression is not lacking.

  17. Daarom ook is hij een vijand van klappen en van uit het eene huis in het andere te praten, en het noodwendig vertrouwen, dat in hem gesteld wordt, te misbruiken.

    Therefore he is also an enemy of gossiping, of talking from one house to another, and of abusing the necessary trust placed in him.

  18. Maar ook met zijn verdiensten is de Kruier spaarzaam; want hij wil gaarne aan zijn kinderen een burger kapitaaltje nalaten: en dat moet hij met dubbeltjes bijeenkrijgen: hij doet dan ook geene noodelooze uitgaven; maar is zuinig op zijn dagelijksche en onveranderlijke plunje: alleen des Zondags, wanneer zijn bezigheden hem vergunnen, met de zijnen naar de kerk te gaan, toont hij zich, wel niet zwierig, maar toch netjes, ja deftig uitgedost.

    So too is the Porter thrifty with his earnings; for he would like to leave his children a modest little fortune: and he must gather that dime by dime: he therefore makes no unnecessary expenses, but is frugal with his daily and unchanging attire: only on Sundays, when his duties permit him to go to church with his family, does he show himself—not extravagantly, but neatly, even respectably dressed.

  19. De Kruier is zindelijk: zijn linnen buis is altijd helder: zijn gelaat moge door de zon verschroeid zijn en zijn handen vereelt, maar geen van beide zijn immer zwart of onrein: en ook de teêrste pakketjes, de op rose papier geschreven briefjes, kunnen veilig aan die handen worden toevertrouwd, zonder dat men vrees behoeft te voeden, dat eenige vlek of smet die zal bezoedelen.

    The Porter is clean: his linen jacket is always spotless: his face may be scorched by the sun and his hands calloused, but neither is ever black or dirty: and even the most delicate little parcels, the notes written on pink paper, can safely be entrusted to those hands, without fear that any stain or blemish will soil them.

  20. De Kruier is matig: een dronken Kruier is iets onbekends.

    The Porter is temperate: a drunk Porter is an unknown thing.

  21. Moet hij niet eenmaal 's jaars helpen verhuizen?

    Must he not help move house once a year?

  22. Eenmaal 's maands den mangel bestieren?

    Operate the mangle once a month?

  23. Eenmaal 's weeks mejuffrouws hondje dragen, als zij van haar salet komt?

    Carry the young lady's little dog once a week when she comes from her parlor?

  24. Viermaal 's daags de kinderen naar en uit de school geleiden?

    Escort the children to and from school four times a day?

  25. En wie zoude zijn meubelen, zijn mangel, zijn hondje, zijn kinderen toevertrouwen aan iemand, die beticht kon worden, van zich slechts eenmaal aan sterken drank te buiten te zijn gegaan?--Neen de Kruier is als de vrouw van Cesar: op hem moet zelfs geen vermoeden rusten.

    And who would entrust their furniture, their mangle, their little dog, their children to someone who could be accused of having indulged in strong drink even just once?—No, the Porter is like Caesar's wife: above even a shadow of suspicion.

  26. Maar bij en boven dat alles, de Kruier is eerlijk.

    But alongside and above all that, the Porter is honest.

  27. Waar treft men elders, ik zeg niet, in geheel Europa, maar in de geheele wereld, de stad aan, waar iemand, wie hij zij, burger of vreemdeling, aan een hem onbekenden man, dien hij te voren nooit gezien, van wien hij te voren nooit gehoord heeft, maar dien hij, op den hoek van de straat, uit zijn pothuis roept, een som gelds ter bezorging, een wissel ter ontvangst, een bankbriefje ter verwisseling kan toevertrouwen, zonder dat hij eenige vrees behoeft te koesteren voor schade of bedrog?

    Where else does one find, I do not say in all of Europe, but in the entire world, the city where anyone, whoever he may be, citizen or stranger, can entrust a sum of money for delivery, a bill of exchange for collection, or a banknote for exchange to a man unknown to him, whom he has never seen before, of whom he has never heard before, but whom he calls from his basement shop on the street corner, without having to harbor any fear of damage or deceit?

  28. En ziedaar, wat te Amsterdam dagelijks plaats heeft, zonder dat de ondervinding van achtereenvolgende eeuwen door een enkel voorbeeld heeft kunnen aanwijzen, dat er misbruik is gemaakt van het goede vertrouwen, in den Kruier gesteld.--Ook ten dezen opzichte heeft hij den roem volkomen gehandhaafd, door zijne natie verdiend.

    And behold what takes place daily in Amsterdam, without the experience of successive centuries having been able to point to a single example of abuse of the good trust placed in the Porter.—In this respect too, he has fully maintained the renown earned by his nation.

  29. Eere den Hollandschen geest!

    Honor to the Dutch spirit!

  30. Eere den Kruier!

    Honor to the Porter!